1 - Wat is Marketing?
2 - Consumentengedrag
3 - Marketingomgeving
4 - Marktonderzoek
5 - Marktsegmentatie
6 - De strategische ondernemingsplanning
7 - De marketingplanning
8 - De marketingorganisatie
9 - Product en assortiment
10 - Merkenbeleid
11 - Productontwikkeling en de productlevenscyclus
12 - Groothandels- en detailhandelsmarketing
13 - Handelsbedrijven
14 - Fysieke distributie
15 - Distributiebeleid
16 - Strategische prijsbeslissingen
17 - Tactische prijsbeslissingen
18 - Promotie
19 - Reclame
20 - Persoonlijke verkoop
21 - Sales promotion, public relations en sponsoring
22 - Direct marketing
23 - Businessmarketing
24 - Dienstenmarketing
25 - Not for profit marketing

1 - Wat is Marketing?

1.3 - Bedrijfskolom

Er vinden veel ruiltransacties plaats, voordat een product uiteindelijk de consument bereikt. We kunnen deze ruilprocessen het best voorstellen aan de hand van een bedrijfskolom. Een bedrijfskolom is een reeks van elkaar opvolgende bedrijven waarin telkens een volgende bewerking van een product plaatsvindt om het beter geschikt te maken voor consumptie.

Elke afzonderlijke fase van een bedrijfskolom wordt een bedrijfsgeleding genoemd. Geledingen worden van elkaar gescheiden door markten. De inkoopmarkt van de ene geleding is de verkoopmarkt van de voorgaande geleding. De ruiltransacties vinden dus tussen bedrijfsgeledingen plaats.

Zo’n bedrijfsgeleding binnen een bedrijfskolom noemt men ook wel bedrijfstak. Een bedrijfstak bestaat uit alle ondernemingen die zich bezighouden met dezelfde bewerkingen.

Elke bedrijfskolom is gericht op een andere specifieke consumentenbehoefte.
De eerste fase van een bedrijfskolom is het winnen van delfstoffen of het verbouwen van land-bouwproducten (oerproductie). De laatste fase is de consumptie. (Zie figuur 1.1.)



Figuur 1.1: Informatie- en geldstroom versus goederenstroom


Tussen alle geledingen van de bedrijfskolom vindt een ruilproces plaats
Een oerproducent zorgt voor de grondstoffen voor een product. Schapen scheren in dit geval, maar voor andere goederen erts winnen, bomen vellen of gewassen verbouwen.

Deze grondstoffen worden opgekocht door de collecterende (verzamelende) handel, die ervoor zorgt dat de grondstoffen bij een producent terechtkomen.

Als de producent producten vervaardigt die andere producenten gebruiken voor hun eindproduct, noemen we zijn producten halffabrikaten. Zijn de producten bestemd voor de consument, dan spreken we van eindproducten. De distribuerende handel bestaat uit groothandel en kleinhandel (detailhandel, winkels).

Alle bedrijven in de bedrijfskolom hebben de goederen op een bepaald moment in eigendom. Maar er zijn ook ondernemingen die de goederen niet in eigendom verkrijgen. Zij staan niet in de bedrijfskolom. Voorbeelden van zulke bedrijven zijn: makelaars, verzekeraars, transportondernemingen, banken, reclamebureau. Zij bemiddelen bij de in- en verkoop of ze verlenen diensten, zoals verzekering, transport, financiering, reclame maken, enzovoort.

In de bedrijfskolom stromen informatie en geld van de consument naar de oerproducent. De goederenstroom gaat de andere kant op. De informatie waaraan de consument behoefte heeft, stroomt naar boven, tot aan de oerleverancier toe.