1 - Wat is Marketing?
2 - Consumentengedrag
3 - Marketingomgeving
4 - Marktonderzoek
5 - Marktsegmentatie
6 - De strategische ondernemingsplanning
7 - De marketingplanning
8 - De marketingorganisatie
9 - Product en assortiment
10 - Merkenbeleid
11 - Productontwikkeling en de productlevenscyclus
12 - Groothandels- en detailhandelsmarketing
13 - Handelsbedrijven
14 - Fysieke distributie
15 - Distributiebeleid
16 - Strategische prijsbeslissingen
17 - Tactische prijsbeslissingen
18 - Promotie
19 - Reclame
20 - Persoonlijke verkoop
21 - Sales promotion, public relations en sponsoring
22 - Direct marketing
23 - Businessmarketing
24 - Dienstenmarketing
25 - Not for profit marketing
26 - Citymarketing

14 - Fysieke distributie

14.5 - Transportmiddelen

 Het transport is een forse kostenpost, dus het kan ook een belangrijke bron van besparingen zijn. Bij de beoordeling van het transport zal de onderneming twee beslissingen moeten nemen:
  • met welke mix van transportmiddelen vervoeren we de producten?
  • doen we het vervoer zelf of besteden we het uit?


14.5.1 - Transportmiddelen

Transportmiddelen zijn onder andere vrachtauto, boot, vliegtuig, trein, pijpleiding. Uit deze transportmiddelen moet men een keuze maken. Voor deze keuze moet men een afweging maken. Aan de ene kant van die afweging staan alle functies van de transportmiddelen:
  • snelheid (snijbloemen hebben altijd haast, ruwe olie niet);
  • frequentie: aantal vervoersmogelijkheden per tijdseenheid (goederentreinen rijden niet op elk moment)
  • betrouwbaarheid: komen de producten op tijd aan (een boot of vrachtwagen kan makkelijk vertraging oplopen);
  • geschiktheid: is het transportmiddel geschikt voor meerdere producten (een pijpleiding kan in zijn leven eigenlijk maar één soort product vervoeren);
  • bereikbaarheid: kan het transportmiddel overal komen (een vliegtuig kan geen winkel bevoorraden);
  • volume: kan het transportmiddel in één keer het benodigde volume vervoeren; een mammoettanker vervoert 300 miljoen liter ruwe olie, een kleine bestelauto kan misschien 400 blikken met 2,5 liter motorolie vervoeren.
En aan de andere kant van de afweging staan de kosten van het vervoer met een bepaald transportmiddel (per gewicht of volume per kilometer). Die kosten van transportmiddelen hangen samen met snelheid, frequentie, betrouwbaarheid, enzovoort.




Voor de afweging gelden economische criteria. In de praktijk kan men ruwweg zeggen: hoe hoger de geldswaarde per kubieke meter laadruimte en per kilo gewicht, hoe duurder het transportmiddel kan en moet zijn.

Kleding heeft een hoge, WC-papier een lage geldswaarde per kubieke meter. Boeken hebben een hoge, suiker een lage geldswaarde per kilo. Hoe hoger de geldswaarde, hoe meer marge er over het algemeen is om de transportkosten mee goed te maken. En anders moet de verkoopprijs omhoog: WC-papier is relatief duur, omdat het met dezelfde dure vrachtauto's naar de supermarkt vervoerd moet worden als de potjes pesto.


14.5.2 - Eigen vervoer of uitbesteden van vervoer

Hoewel de argumenten om te kiezen voor eigen vervoer of voor het uitbesteden ervan kunnen verschillen van onderneming tot onderneming, kunnen we toch een aantal algemene voor- en nadelen van beide mogelijkheden van transport op een rij zetten. De argumenten voor eigen vervoer of uitbesteden ervan kunnen van economische, technische en emotionele aard zijn. Wij beperken ons tot de economische argumenten.

De voordelen van eigen vervoer zijn:
  • Het vervoer fungeert als een verlengstuk van de marketingactiviteiten van de onderneming; zeker indien bij aflevering ook een bepaalde mate van installering nodig is, zal men het transport niet uitbesteden.
  • Bij eigen vervoer heeft men de snelheid van aflevering en de leveringsbetrouwbaarheid in eigen hand.
  • Eigen vervoer maakt de onderneming onafhankelijk van derden.
  • Met eigen vervoer kunnen verpakkingskosten vaak lager blijven.
Als nadelen van eigen vervoer gelden:
  • De beroepsvervoerder is vaak goedkoper, doordat hij tegelijkertijd ook voor anderen ver-voert of doordat een retourvracht aanwezig is.
  • Aan eigen vervoer kleven tal van administratieve beslommeringen, zoals transportvergunningen, rijtijdenbesluiten, enzovoort. Allemaal zaken die voor de producent bedrijfsvreemd zijn en voor een transporteur niet.
  • Op pieken in het vervoersaanbod kan de beroepsvervoerder door zijn diverse wagenpark flexibeler reageren.
  • Bij eigen vervoer moet de producent aanzienlijk in vervoermiddelen investeren.




Reacties

Er zijn nog geen reacties.
 Meld je aan met LinkedIn om te reageren