1 - Wat is Marketing?
2 - Consumentengedrag
3 - Marketingomgeving
4 - Marktonderzoek
5 - Marktsegmentatie
6 - De strategische ondernemingsplanning
7 - De marketingplanning
8 - De marketingorganisatie
9 - Product en assortiment
10 - Merkenbeleid
11 - Productontwikkeling en de productlevenscyclus
12 - Groothandels- en detailhandelsmarketing
13 - Handelsbedrijven
14 - Fysieke distributie
15 - Distributiebeleid
16 - Strategische prijsbeslissingen
17 - Tactische prijsbeslissingen
18 - Promotie
19 - Reclame
20 - Persoonlijke verkoop
21 - Sales promotion, public relations en sponsoring
22 - Direct marketing
23 - Businessmarketing
24 - Dienstenmarketing
25 - Not for profit marketing
26 - Citymarketing

26 - Citymarketing

26.5 - Mobiliteit

Het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben het verhuisgedrag van de Nederlander over de afgelopen jaren in kaart gebracht. Een greep uit de cijfers: elk jaar verhuist 10% van de Nederlanders, wat neerkomt op ruim anderhalf miljoen mensen. Tweederde van hen verhuist binnen de gemeente; slechts eenderde vertrekt naar een andere woonplaats. De meeste Nederlanders verhuizen over een korte afstand. Alle retoriek over stedenstrijd ten spijt, de meesten van ons zijn honkvast.

 

 

Uit een studie over de periode 1999 - 2006 blijkt dat in ons land jaarlijks 4% van het totale aantal bedrijven verhuist. Het gaat hierbij om 18.000 ondernemingen, die samen goed zijn voor 200.000 werknemers. Van de verhuizende ondernemingen blijft 75% binnen de eigen gemeente. Ruimte en bereikbaarheid zijn daarbij de dominante factoren voor Nederlandse ondernemers.

Naast bewoners en bedrijven zijn ook bollebozen voor een gemeente van belang. Dat geldt met name voor studentensteden: Groningen, Nijmegen, Enschede. Het is begrijpelijk dat gemeenten studenten als kanskaart zien. Onderwijssteden trekken veel jongeren aan, maar het is moeilijk om ze na afloop van hun studdie vast te houden. De net afgestudeerden vertrekken vooral naar het westen van ons land, waar ze sneller een baan denken te vinden.

Resteert in de huid kruipen van de bezoeker aan een stad. Laten we eens kijken op welke momenten een verblijfstoerist mete zijn bestemming in contact komt:

  • Besluiten en plannen. Je wilt een weekendje weg naar een specifieke bestemming. De keuze voor de plek kan het gevolg zijn van een bericht uit de media, brochure, aanbieding, website, tip van de familie of vrienden of eerdere ervaringen. In je agenda leg je meteen de data vast.
  • Zoeken en boeken. Dit is een cruciaal moment. Het gemak waarmee je het bezoek kunt regelen, is van groot belang. Vindt je snel alle informatie die je zoekt? Zijn er goedkope arrangementen? Wat zijn de meningen van eerdere bezoekers over de accommodatie? Is er nog plek?
  • Reizen en aankomen. Nu gaat je bezoek beginnen. De reis beïnvloedt alvast de stemming waarmee je arriveert. Wat is je eerste indruk van de plaats? Kun je het gemakkelijk vinden?
  • Bezoeken en beleven. Dit is de belangrijkste fase in je totale bezoekervaring. Je doet allerlei indrukken op over de bestemming en velt ter plekke een oordeel over de mensen, de sfeer op straat, attracties, de dienstverlening in de horeca.
  • Herinneren en vertellen. Wat neem je als souvenir mee voor de thuisblijvers? Wat vertel je hen?

Op al deze waarheidsmomenten kan een gemeente bij de bezoeker een goede indruk achterlaten. Bij Citymarketing gaat het om gastheerschap: de kunst om bezoekers het gevoel te geven dat ze welkom zijn.



Reacties

Er zijn nog geen reacties.
 Meld je aan met LinkedIn om te reageren